De gemeente heeft strategische keuzes gemaakt over de dienstverlening in het Omgevingsloket en daarbuiten. Deze keuzes sluiten aan bij de gemeentebrede visie op dienstverlening.
Keuzes over dienstverlening werken door op tal van plaatsen binnen het stelsel. En omgekeerd: keuzes binnen het stelsel hebben (blijvende) impact op dienstverlening(mogelijkheden). Het is van belang dat de gemeente deze afhankelijkheden scherp heeft.
Belangrijke aandachtspunten:
1. Kanaalsturing
Wilt u mensen helpen aan de telefoon en balie of zet u in op online zelfredzaamheid? Hoe inclusief is uw aanbod? Maakt u onderscheid in doelgroepen? In uw gemeentebrede visie heeft u hier waarschijnlijk al keuzes over gemaakt. Welke richting en randvoorwaarden geven die keuzes aan de dienstverlening specifiek in het fysiek domein? Wat betreft de digitale dienstverlening kunt u diverse keuzes maken over bijvoorbeeld de inzet en onderlinge positionering van de Vergunningcheck, Regels op de kaart, de gemeentelijke website en de mogelijkheden voor vooroverleg en conceptverzoek. Hoe laat u dit in samenhang functioneren? Hier ligt ook een relatie met communicatie.
2. Gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket
Gemeenten hebben zelf invloed op de gebruiksvriendelijkheid van de content in het Omgevingsloket. Onder meer via goede annotaties en toepasbare regels. Ook de ‘korrelgrootte’ van activiteiten is relevant: kiest u voor een grotere korrelgrootte (‘werkzaamheden aan huis’) of voor een kleinere korrelgrootte (‘kapsalon aan huis’, ‘nagelsalon aan huis’, ‘pedicure aan huis’ etc.)? Hoe bevordert u gebruiksvriendelijkheid? Wie is verantwoordelijk binnen de organisatie? Zie ook de onderwerpen Regels maken en het Omgevingsloket en Systematiek en structuur omgevingsplan.
3. Uniformering of maatwerk?
Hecht u waarde aan bredere herkenbaarheid van producten en diensten, over de grenzen van de gemeente heen? Of vindt u het juist belangrijker om eigen keuzes in de systematiek van uw omgevingsplan te maken die eventueel mogen afwijken van regionale of landelijke keuzes? Denk hierbij bijvoorbeeld aan het al dan niet opknippen van de bouwactiviteit uit de bruidsschat in meerdere soorten activiteiten die u zelf definieert (met elk een eigen aanvraagformulier in het Omgevingsloket). Keuzes op dit punt zijn van invloed op de structurele effecten. Zie ook het onderwerp Systematiek en structuur omgevingsplan.
4. Dienstverlening in regelgeving
Ook in uw regelgeving zit een element van dienstverlening. Denk hierbij aan het gebruik van vergunningplichten versus algemene regels, hoogte van leges en indieningsvereisten. Ook de keuze voor het vergunningvrij maken van activiteiten heeft een element van dienstverlening. Een voorbeeld: wat betekent het vergunningvrij zijn van de bouw van een schuurtje voor de rechtszekerheid van de initiatiefnemer en voor de rechtsbescherming van belanghebbenden? Zie ook Inhoud omgevingsvisie, bij punt 5: Sturingsfilosofie.
5. Complexe situatie in de transitieperiode
In de transitieperiode bestaan in het Omgevingsloket het oude en het nieuwe systeem naast elkaar. En dan zijn er ook nog de tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM). Voor burgers en bedrijven kan het moeilijk zijn om te achterhalen welke regels gelden op een plek en de regels te begrijpen. Mogelijk hebben zij behoefte aan extra hulp. Hier ligt ook een nauwe relatie met de duur van uw transitieperiode. Zie daarvoor ook de onderwerpen Ontwikkelstrategie en Ontwikkelpad.
6. Effectiviteit en efficiency van dienstverlening
De mogelijkheden voor dienstverlening in het nieuwe stelsel vragen meer dan in het verleden om gerichte keuzes. Effectiviteit en efficiency van dienstverlening zijn belangrijke drijfveren voor te maken keuzes. Hier ligt een relatie met de beheerlast en de kosten. Welk dienstverleningsniveau streeft de gemeente na tegen welke kosten? Zie ook de onderwerpen Structurele effecten, Beheersingsstrategie, Planning en kostenraming en Monitoring en evaluatie.
Meer informatie en ondersteuning
Strategie voor toepasbare regels bepalen (iplo.nl)